Drie treinen en een heiligeverklaring
Trein vol
verhalen

Drie treinen en een heiligeverklaring

Terug naar overzicht

Een van de Arriva-treinen in het Noorden draagt de naam van Titus Brandsma. We hebben aan schrijver Bouke Oldenhof gevraagd het leven van Titus Brandsma te beschrijven.

‘Een paar jaar geleden vroeg een comité in Dokkum of ik een toneelstuk voor de Bonifatiuskapel wilde schrijven over de drijvende kracht achter de oprichting van die bijzondere, halfopen ruimte: pater Titus Brandsma (1881-1942). De man die in 2022 heilig wordt verklaard door de katholieke kerk. Het was een bijzondere vraag voor mij. Mijn vader heeft namelijk in de beginjaren van de Nijmeegse katholieke universiteit college bij hem gelopen en was vervolgens bestuurslid geweest van zo ongeveer elke Friese organisatie die Brandsma had helpen oprichten. Al had ik het gewild, nee zeggen was onmogelijk.

Aan het eind van mijn stuk krijgt de dan al overleden (het is immers toneel …) Brandsma te horen dat de paus in Rome hem heilig wil verklaren. Die vindt dat helemaal geen goed idee. Niet uit bescheidenheid, maar hij is niet zo van de heiligen. Zo opgeschreven klinkt het wellicht als een flauwe grap of een gemakkelijke provocatie van katholiek Nederland. Maar zo was dat niet bedoeld.

Titus Brandsma werd bij de oprichting van de nieuwe katholieke universiteit in Nijmegen gevraagd professor filosofie en theologie te worden. In 1932 werd hij een jaar rector magnificus. Als hoogste baas werd hij geacht het academisch jaar in oktober te openen met een oratie. Zijn rede sloeg bij vele jonge studenten in als een bom.

In zijn rede betoogde Brandsma dat God niet iets onveranderlijks is, maar mensen zich steeds andere beelden van God maken. Heel vroeger was God een soort overtreffende vorm van een Germaanse leider, later iets almachtigs in de hemel waar je contact mee kon zoeken. Het waren dit soort beelden die de jonge studenten thuis hadden meegekregen, maar ze pasten niet bij hun moderne belevingswereld. Brandsma beschreef toen een nieuw beeld van God, iets als het goddelijke in ieder mens en in de natuur. Je moet niet in God geloven, maar in God leven. Citaten van studenten uit de dertiger jaren beschrijven hoe bevrijdend deze opvatting was. Het is bovendien een opvatting waarbij het verklaren van een individu tot een soort supermens met toverkrachten, een heilige, helemaal niet past. Vandaar Titus’ verzet aan het eind van mijn stuk.

Heilig

Heilig wilde Titus (volgens mij) niet worden, maar wat zou hij ervan vinden dat een trein naar hem is genoemd? Het is speculeren, maar ik denk dat hij dat wel passend had gevonden. Brandsma was een man die onvermoeibaar actief was in katholieke organisaties. Niet alleen op de plaatsen waar hij woonde en werkte, maar ook in landelijk verband. Hij reisde dan altijd met de trein. Misschien zou dat al reden genoeg zijn om een trein naar hem te noemen. Maar veel belangrijker: Brandsma is tot de verbeelding van velen gaan spreken door zijn gedrag in zijn laatste maanden, en daarin speelde de trein opnieuw een grote, zij het niet altijd plezierige, hoofdrol.

De oorlog

Ondanks zijn wankele gezondheid zette Titus Brandsma zich met grote energie in voor alles wat katholiek was. Daarbij hoorde vanaf de vroege jaren dertig ook de bestrijding van het nationaal-socialisme dat hij in grove tegenspraak met de katholieke waarden vond. Hij had tijdens bezoeken aan Duitsland met eigen ogen de opkomst van Hitler zich zien voltrekken. In colleges en lezingen verzette hij zich er fel tegen. Hij bleef dat doen na de inval in 1940. Als adviseur van het katholiek onderwijs zette hij er zich voor in dat joodse kinderen de lessen op roomse scholen konden blijven volgen.

In 1941 was Brandsma geestelijk adviseur van de katholieke kranten in Nederland. Elke zuil had zijn eigen krant. In Nederland waren er meer dan tien katholieke titels. De bezetter had genoeg van het stilzwijgende verzet van deze bladen en beval eind december 1941 alle kranten advertenties van de NSB op te nemen. Voor Brandsma was dat ondenkbaar. Na overleg met kardinaal De Jong, net als Brandsma van Friese afkomst, werd besloten een brief te schrijven aan alle redacties met de mededeling dat elke krant die advertenties van de NSB opnam zich niet meer katholiek mocht noemen. Brandsma bezorgde vanaf Nieuwjaarsdag 1942 de brief persoonlijk bij alle uitgevers, met de trein natuurlijk. Binnen drie dagen legde hij de volgende route af: Utrecht, Haarlem, Leiden, Amsterdam, Den Bosch, Breda, Tilburg, Nijmegen, Delft, Eindhoven, Venlo, Maastricht, Roermond, Nijmegen.

De bezetter had Titus Brandsma al langer op de korrel door zijn jarenlange openlijke verzet. Brandsma werd opgepakt in zijn klooster in Nijmegen. Hij zou de stad niet weer terugzien. Hij werd naar de beruchte gevangenis Oranjehotel in Scheveningen gebracht, belandde daarna in Kamp Amersfoort en eindigde met een aantal tussenstops uiteindelijk in Dachau. Het is niet je eerste gedachte als je tegenwoordig incheckt voor een dagtochtje of een lange reis, maar deze reis ging over hetzelfde spoor.

In zijn cel vulde Brandsma zijn dagen met het schrijven van de biografie van een grote inspirator van hem: Teresa van Avila. Hij noteerde het tussen de gedrukte regels van een boek, dat de gevangenis uit werd gesmokkeld. Er gaan verhalen over de steun die de ernstig verzwakte Brandsma aan medegevangenen verleende tijdens zijn laatste maanden in Dachau. Op 61-jarige leeftijd overleed hij daar op 26 juli 1942, 37 dagen na zijn aankomst.

Brandsma en zijn treinen

Titus Brandsma is de enige die twee treinen naar zich genoemd kreeg. De eerste rijdt in het Noorden. In de provincie Friesland waar hij werd geboren, in Hartwerd, onder de klokslag van het Friese Rome, Bolsward. Hij leerde er het Friese landschap en de Friese taal te beminnen. Daar werd hij als vroom katholiek opgevoed door zijn vader en moeder, tot ze hem als twaalfjarige jongen naar een kostschool stuurden om zich religieus en intellectueel verder te ontwikkelen. Zes van de zeven kinderen Brandsma zouden uiteindelijk in het klooster terecht komen; op de ene dochter na die met haar man de boerderij van heit en mem voortzette. Niet alleen voor de katholieke emancipatie zette Brandsma zich in, ook voor die van de Friestaligen. De toenmalige spoorwegen zullen goed aan hem verdiend hebben vanwege alle treinreizen die hij maakte voor het oprichten en besturen van het wetenschappelijk instituut De Fryske Akademy, de organisatie voor Fries taalonderwijs, de Bond van Friese Katholieken en de Friese kerkhistorische vereniging.

De tweede trein is die van Arriva Limburg. Die keuze heeft alles te maken met het meest noordelijke station dat de Limburgse lijnen bereiken: Nijmegen. De naam van Brandsma is blijvend verbonden met de Nijmeegse universiteit, hij geldt nog altijd als een van de meest bekende en gewaardeerde professoren. Nijmegen is de laatste stad waar hij in vrijheid leefde. Ter gedachtenis aan hem is er een kapel aan hem gewijd. Brandsma is zoals zoveel slachtoffers van de kampen nooit officieel begraven. In de kapel wordt een beetje aarde uit Dachau bewaard als aandenken aan zijn dood.

Eigenlijk zou een derde trein met de naam van de kleine pater op zijn plaats zijn, en wel in Brabant. In deze provincie speelde het grootste deel van Brandsma’s werkzame leven zich af. Hij kreeg er zijn opleiding, hij leidde er vervolgens zelf vele jongens op, hij zette zich onvermoeibaar in voor het katholieke middelbaar onderwijs en hij bemoeide zich intensief met de katholieke krant die hij er oprichtte: De Stad Oss. Vanuit Brabant verbond hij zich vervolgens aan het landelijke katholieke onderwijs en de Nederlandse katholieke pers, totdat die band hem uiteindelijk fataal werd. In Brabant rijdt echter geen trein met zijn naam. Wel staat er een school: het Titus Brandsmacollege in Oss. Net als in Velp, Dordrecht en Bolsward.

Zou Brandsma trots zijn geweest op zijn twee treinen? Het lijkt me niet waarschijnlijk. Brandsma werd niet gedreven door ijdelheid maar door geloofsijver. Daarom zou hij de treinen misschien meer gezien hebben als een aansporing aan degenen die na hem kwamen om zich net als hij in te zetten voor wat van waarde is en bescherming verdient.’

Meer informatie over Titus Brandsma: http://www.titusbrandsmamuseum.nl.

Over de schrijver
Bouke Oldenhof (Steenwijkerwold 1957) is een toneelschrijver die opgroeide in het katholieke Fryslân van de tweede helft van de vorige eeuw. Hij maakte naam met het theaterspektakel `Abe!’ in het Heerenveenstadion in 1995. Als zoon van een kerkhistoricus schrijft Oldenhof regelmatig teksten op basis van historische gegevens, zoals `Marijke Muoi’ (openingsvoorstelling Leeuwarden/Fryslân Culturele hoofdstad van Europa; 2018), `Kneppelfreed’ (Pier21 in het Paleis van Justitie Leeuwarden; 2021/22) en `Bommen Berend’ (concert van de Johan Willem Friso Kapel; 2022).

Ook benieuwd naar de verhalen van de mensen achter onze andere treinen? Klik dan hier voor een volgend verhaal.

Jopie Huisman

Jopie Huisman was kunstschilder, gewiekst koopman, palingroker, antiquair, verhalenverteller, voddenboer, charmeur, fantast, entertainer en nog veel meer. En in al die dingen was hij ook vooral een verbinder, want als je bij Jopie thuis kwam, ontmoet...

Lees meer